2017-18 season offers for home Bruins Tickets. The National Hockey League - official Penguins Tickets. Your official marketplace to buy Blackhawks Tickets with 100% buyer guarantee. No Service Fees - Reds Tickets The Official site of the Yankees Tickets

Zoeken

Font Size

Zoeken/Font

Belevenissen aan de Rotte in 1698

Blijkens een kaart uit 1684 stond aan het einde van een looppad, het "Sevenhuijsche gangpat", (die ongeveer liep halverwege de huidige Hoefweg tussen de Dorpsstraat en kruispunt Noord)een scheepstimmerwerf aan de Rotte met enkele daarbijbehorende huizen. In 1698 was Cornelis Symons Scheepmaker een van de bewoners. Jan Janse en zijn vrouw Teuntje Willems, die het huis van Klaas Pieter Admiraal bewoonden, zagen op 22 oktober 1698 dat enkele lieden turf, eigendom van Jacob Pijnakker, aan het stapelen waren. Klaas Leenderts Knegt en Dirk Pieterszn.

Keijser wilden in het begin van de avond een bezoekje aan Scheepmaker brengen toen zij Jan Janse opgewonden tegenkwamen die tegen hen uitriep dat er turf uit de "schuyn" (=helling) van Jakob Pijnakker werd gestolen. Gehaast liep dit drietal naar de betreffende helling toe om daar aangekomen te constateren dat de daders vertrokken waren. Met een schuitje vaarden zij de Rotte af op zoek naar het turfschip van Pijnakker. Bij Meeuwenoort (een eilandje in de Rotte die even ten zuiden van de Lange Vaart lag) zagen zij de boot liggen. Op deze boot bevond een zekere Arie waar zij aan vroegen "waarom hij daer hat begeven " en wat hij bij Pijnakker te zoeken had. Arie antwoordde: "ik heb daer een turff of twee uijtgenomen om in mijn vuijnpot (? ) te leggen ". Hierop gooide Keijser een haak tegen de achterkant van het schip, precies onder de luiken, en hoorden een stapel turf omvallen. Arie riep: "Jan, komt boven, sij nemen mijn goet!". Knegt, Keijser en Janse lieten zich niet afschrikken en sleepten de boot terug naar de helling van Pijnakker. Deze Arie bleek Arie Willems te wezen.

Na aangifte van Keijser, Knegt en Janse bij baljuw Dirk Blom en de arrestatie van Arie Willems deed Blom nader onderzoek naar de gedragingen van Willems. Op dringend verzoek van Blom kwamen Cornelis Pieterszn. Overrijder en zijn vrouw Betje Cornelis Huijsman bij de baljuw getuigen. Zij verklaarden dat zij op een zondagavond tegen zonsondergang over de Rotte aan het varen waren toen zij bij de helling van Jakob Pijnakker een schijnbaar lege schuit van Arie Willems zagen liggen. Zeven weken daarvoor, op een dinsdagochtend, vaarden zij naar Rotterdam toen zij omstreeks 09.00 uur tussen " 't Zootje" (=Oud Verlaat) en Terbregge Arij Willems met zijn schuit zagen liggen. Thuisgekomen, 's middags om 15.00 uur, deden zij een onaangename ontdekking. De voordeur en de achterdeur van hun huis stonden wagenwijd open. Vermist werden een rok, zilveren knopen afkomstig van een scharlaken hemd, een dames en heren hemd, zilveren knopen uit een broek, twee zilveren gespen afkomstig uit schoenen plus nog wat zilverwerk.

Nog weer drie weken hiervoor was Overrijnder met de zoon van Arij Moraal met zijn boot op weg naar Rotterdam. Nabij de korenmolen van Terbregge werd Overrijnder ineens gewaar dat Arij Willems achter hem aan vaarde. Toen Willems langszij kwam zag Overrijnder in de geopende luiken een lege turfmand zag staan. Overrijnder vroeg aan Willems waar hij heen ging en waarom hij zijn zeilen niet gebruikte waarop Willems antwoordde dat zijn roer het niet deed. De gehele nacht was hij in de weer geweest om het roer te repareren. Blijkbaar zonder veel succes want hij moest moeite doen om niet "het katjes of zootjes " in te gaan varen. Ongeveer drie weken na St. Jacob zag Overrijnder, toen hij het grote verlaat wilde invaren, zag hij Willems wel met zijn schuit "de katjes of sootjes plaat" invaren. Ditmaal had hij zijn vrouwen kind bij zich. Nieuwsgierig als Overrijnder was vroeg hij aan Willems waar hij heen ging, waarop Willems antwoordde: "naar onse Marij aan de lantscheijding". Enkele dagen hierna zag Overrijnder Willems weer buiten het grote verlaat staan. Weer met geopende luiken, nu geheel afgedekt waren.

Het was niet geheel toevallig dat Dirk Blom zoveelonderzoek deed naar Arij Willems. Want op 23 februari 1698 deden Tymons Dirkszn. van Leijerdorp en Pietertje Michiels Kerkhoff, echtelieden, woonachtig aan de Rotte in Hillegersberg (=Bergschenhoek) aangifte van een geheimzinnig bezoek van de broers Comelis, Pieter en Arij Willems bij hen thuis. Deze drie broers waren in Bleiswijk molenaar van beroep. Naast hen was er nog een vierde onbekende die Van Leijerdorp vroeg "of daer geen goet gebragt was 't geen sij gebergt mocht hebben". Van Leijerdorp wist hier niets van af. Hierop drongen de gebroeders Willems de woning binnen, doorzochten "de solder als in de spinne" en vonden niets van hun gading. Van Leijerdorp: "begeert gij noch dat wij de kist op doen ". "Ja, wij willen het hebben, doe self open". Van Leijerdorp gehoorzaamde maar zei wel tegen hen dat "weet gij wel dat gij sulke dingen niet doen mogt". Waarop zij antwoordden: "dat is al evenwel". Het viel op dat de gebroeders Willems niet te veel gedronken hadden en op het eerste gezicht geen kwaad in de zin leken te hebben. Maar Van Leijderdorp vertrouwde het niet en deed aangifte bij de baljuw.

Bron: AAB 1521-1810, inv.nr. 764 (protocollen van baljuw en welgeboren mannen)

ovmb.nl gebruikt cookies om instellingen te onthouden. Wij gebruiken geen cookies ten behoeve van statistieken / tracking diensten. Lees ons privacy beleid.

Ik accepteer cookies voor deze website.

EU Cookie Directive Module Information