No Service Fees - Reds Tickets The Official site of the Yankees Tickets

Zoeken

Font Size

Zoeken/Font

Een pittig vrouwspersoon (1750)

Johanna van Niekerk (in de dagelijkse omvang Anna genoemd) was een vrouw die, in de 18e eeuw vooral door mannen gedomineerde samenleving, niet over zich liet lopen. Niet alleen bezat ze een scherpe tong, ook bezat ze een sterke overtuigingskracht, waarmee de predikant van de Gereformeerde Kerk (de huidige Hervormde Gemeente) geen raad mee wist.

Johanna van Niekerk werd waarschijnlijk ergens in de jaren '90 van de 17e eeuw in Bleiswijk geboren (NB. In een later stadium komen we wel achter, wanneer precies). Gebleken is dat zij op 8 mei 1718 in Rotterdam trouwde met de eveneens uit Bleiswijk afkomstige Cornelis van Meerkerk 1). Het stel bleef kinderloos en kort voor 1750 keerde Anna van Niekerk terug naar Bleiswijk. Waarschijnlijk was haar man overleden. Van huis uit Gereformeerd heeft ze waarschijnlijk in Rotterdam al kennis gemaakt met de leer van de Remonstrantsche kerkgenootschap. Maar blijkbaar ging haar hart pas in Bleiswijk echt naar de Remonstranten uit, want van de Gereformeerde kerk van Rotterdam kreeg ze bij haar verhuizing naar Bleiswijk nog een attestatie mee, waarin stond dat ze een goed en trouw lidmaat was, onbesproken in handel en wandel.

Tolerantie, vrijheid en verdraagzaamheid waren kernbegrippen bij de Remonstrantsche kerken anno 1750, en dat was in Bleiswijk niet anders. De mens stond meer centraal in de prediking bij dit kerkgenootschap, terwijl de Gereformeerde Kerk vooral uitging van de Schrift alleen, en liet vooral "de Bijbel spreken", ongeacht hun eigen mening. Bovendien werd bij de Gereformeerde Kerk strakker op de dagelijkse wandel en leer van de ledematen toegezien. In hun ogen was de leer van de Remonstranten geheel anders. Daarom bestonden er ook geen officiële contacten tussen deze twee kerken, ondanks dat de beide gebouwen hemelsbreed nog geen 100 meter van elkaar af stonden. Deze kwestie kwam vooral bij Johanna van Niekerk tot uiting. Op de kerkenraadsvergadering van de Gereformeerde Kerk van 4 januari 1750 kwam Johanna van Niekerk voor de eerste maal ter sprake. Bezorgd werd geconstateerd dat zij al enige tijd de diensten van de Remonstranten bezocht. Daarom werd zij "niet bekwaam tot het h. Nagtmaal" geacht. Op 22 maart bleek zij hierin "halsstarrig te handelen". Bovendien was zij goed van de tongriem gesneden en gaf iedere keer weerwoord aan ds. W. van der Meer met de hem vergezellende ouderling, die bij hen niet goed vielen ("seggende vele saken welke onbetamelijk sijn voor een lidmaat"). Of hier alleen argumenten over tafel gingen, valt trouwens ook te betwijfelen. Maar zij was heel duidelijk tegen deze heren dat zij zich beter moesten verdiepen in de leer van de Remonstranten en haar niet zo fel moesten veroordelen. Ze kwamen volgens haar "gedurig met twist". En Van Niekerk bleef weg in de Gereformeerde Kerk. Toch bleef de kerkenraad het proberen om haar weer bij hun kerk te betrekken. In juni zochten de predikant en ouderling Gijsbert van Someren haar weer op. Vriendelijk werd zij aangespoord de diensten weer bij te wonen, maar dat viel verkeerd bij haar. De eerwaarde heren moesten weer "veel ongeschiktheden van haar en dat huijs verdragen" en keerden onverrichterzake terug. Wat bij hen vooral verkeerd viel was van Niekerk's opmerking dat er "geen onderschijd daar te horen" viel met die van de Gereformeerde Kerk. Daar dachten ze geheel anders over.

Op 28 maart 1751 stond Van Niekerk inmiddels al acht maanden onder censuur (het werd haar verboden aan het Heilig Avondmaal te gaan). Gedebatteerd werd in de kerkenraad of zij haar weer eens moesten aanspreken, maar erg happig waren ze daar niet op, gezien haar, volgens hen, "boosaardig gestel en de behandeling die den predikant en ouderling gewoonlijk in haar woning moeten ondergaan". Ineens verscheen van Niekerk zelf in de vergadering met een verzoek om een kopie van haar censuur. Dit werd geweigerd. Deze zaak kwam voor de classis van Schieland, die haar censuur bevestigde. Toch bleven de broeders van de kerkenraad zoeken naar verbetering in gedrag en toenadering van de zijde van Van Niekerk.  Gijsbert van Someren ging weer bij haar langs om haar opnieuw voor de kerkenraad te gedagen. Zij ging daar niet meer op in. Blijkbaar heeft ze toen nog iets meer gezegd, want het verslag die Van Someren in de kerkenraad kwamen bij de anderen "wonderlijk" voor. Met tegenzin ( "met swarighijd") gingen de predikant en ouderling Teunis Dirkswager bij haar thuis langs. Daar lazen zij de resolutie van de classis voor waarop Van Niekerk reageerde "dat wij wel beter wisten. Sij was niet bestraft, maar de heeren van 't Classis hadden haar gelijk gegeven, want sij had niets kwaads gedaan" en beriep zich, volgens haar, op ouderling Claas Verloop. Bovendien voegde zij toe dat "sij houde in haar hert God wel dienen en vrijhijd had, om bij ... de remonstrantsche kerk te gaan". En tot ontsteltenis van deze heren had zij geen bezwaren tegen hetgeen bij de Remonstranten werd verkondigd ("geen swarighijd in te hebben"). Als laatste: "gij hebt kwade aanbrengers" (jullie worden verkeerd voorgelicht zegt ze tegen hen).

Op 26 september 1751 werd zij weer onder censuur geplaatst. De predikant ging nu met ouderling Cornelis Treurniet bij haar langs maar werden daar "seer onbehoorlijk behandelt". Van Niekerk vond dat de kerkenraad geen idee had hoe zij met haar om moesten gaan. Bovendien zou ze niet meer open doen als zij bij haar voor de deur stonden "want sij hadden met dat gebruy niet te doen". Ineens verscheen toen een persoon "die van ten sijde kwam" (dat  bleek ds. Petrus Rees van de Remonstrantse kerk te wezen) die hoorde dat "de meijd wat luijd riep" en begon zich met het gesprek te bemoeien. "Dat is godloos, ben jij een dominee" beet hij Van de Meer toe. Anna van Niekerk maakte het nog erger door te suggereren dat de predikant te veel gedronken had. Van de Meer: "Wij sijn verdragende alles hier op vertrokken". Ook  hiervan werd verslag bij de classis uitgebracht. Van Niekerk ging, volgens de kerkenraad, " van erger tot erger voort", en vonden niet nodig haar nog "plegtig aan te spreken" gezien "haar boosaardig bestaan en bitterhijd". Ze hoopten haar bij gelegenheid vriendelijk te kunnen vermanen. Maar op 12 maart 1752 dorsten ze dat toch niet meer, want gingen "vlijtig haar in de visitatie... voor bij". In juni kwam het bericht dat Anna van Niekerk definitief tot de Remonstrantsche gemeente in Bleiswijk was toegetreden. Nu werd de koster op uit gestuurd om haar voor de kerkenraad op te roepen maar Van Niekerk vond "sulkx niet voornemens te sijn". Enkele vruchteloze pogingen volgden nog, totdat de kerkenraad het maar opgaf 2).

Tot aan haar overlijden in oktober 1777 bleef Johanna van Niekerk een trouw lid van de Remonstrantse kerk en verrichtte tot op zeer hoge leeftijd de functie van schoonmaakster en stovenzetstser aldaar 3).

1.        www.gemeentearchief.rotterdam.nl
2.        AHG, akten van de kerkenraad, voorl. inv.nr. 1.
3.         Duivesteijn-Ockeloen J.,  De Remonstrantsche gemeente in Bleiswijk, opkomst en ondergang, 1620-1865, Rotterdam 2003, blz. 50.

ovmb.nl gebruikt cookies om instellingen te onthouden. Wij gebruiken geen cookies ten behoeve van statistieken / tracking diensten. Lees ons privacy beleid.

Ik accepteer cookies voor deze website.

EU Cookie Directive Module Information