No Service Fees - Reds Tickets The Official site of the Yankees Tickets

Zoeken

Font Size

Zoeken/Font

De Dorpsstraat in 1920 en daarna

Zo'n 5.00 meter breed was door de gemeente verhard. In 't midden 3.00 meter met scoriabricks - een blauwe gladde kei, gegoten van een afvalprodukt van de Engelse hoogovens - aan weerskanten daarvan een fietsstraatje van 70 cm - goot van 30 cm. Die laatsten van paarse dunne waalklinkers. Voor de rest had iedere Dorpsstraatbewoner z'n eigen straatje of stoep voor z'n huis. Geen twee straatjes waren eender. Beurs en smaak waren er aan af te lezen.

Naar mijn smaak (!) was de stoep met de hardstenen palen en de zeer fraai gebogen ijzeren leuningen voor het pand van de heer Verbakel de mooiste. Het eeuwenoude pand, waarvan de bovenste helft nu nog vrijwel in de oude staat is, straalde rustige, eenvoudige schoonheid uit. Ik zie nog de oude heer P. de Jong, grootvader van de heer Verbakel, in de winkel staan met een jacket aan en een garibalde op. Soms zag je hem met de ellestok een coupon afmeten.

Ook mooi was de stoep met hek voor de oude Gereformeerde Pastorie. En zo waren er nog vijf anderen, allemaal verschillend en mooi. Bovendien voor 8 huizen, recht voor één of beide zijgevels, een hardstenen paal met een gebogen ijzeren sierleuning verbonden aan het huis.

Een tiental leilindenbomen stonden in de particuliere straatjes vanaf de heer Verhoeff tot aan het plein voor de Gereformeerde Kerk. Ze stonden dicht bij de goot en werden op tijd en met gevoel gesnoeid.

Voor het huis van mijzelf (nr. 73) stonden twee grote lei-kastanjebomen. De tien werden in de hongerwinter gerooid voor brandstof. De twee kastanjes worden op verzoek van het gemeentebestuur gerooid.

Een paar oude iepenbomen bij de Poppetjesbrug en een tiental jongere iepen langs de smalle vaart, die voor de oude en de nieuwe burgemeesterswoning liep, waren al eerder gesneuveld, deels door de aanleg van de waterleiding vlak langs de bomen in 1930 en deels door de iepenziekte.

Bijna zou ik het mooie oude raadhuis vergeten met z'n stijlvolle voorgevel en hoge stoep met dubbele trap en leuningen. Toen het zo'n 30 jaar geleden al bestemd was tot politiebureau bleek dat men plotseling de hardstenen stoep met trappen en al had weggebroken en vervangen door een smerig houten bordesje met trap. Dat was veiliger voor de schoolkinderen om langs te lopen. Begrijpelijk.

Over twee alternatieve oplossingen werd niet nagedacht: 1e. een hek op 100 meter afstand en evenwijdig aan de grote stoep; 2e. een doorgang onder het raadhuis door.

De raad besloot tot slopen. Het enige raadslid dat tegen sloop was, de heer H.J. Breugem, vader van de gebroeders Dirk en Harry, verdient nog onze postume hulde. De anderen dachten waarschijnlijk, dat hij dom en achterlijk was. In werkelijkheid was hij zijn tijd ver vooruit!

Straatboenen

De Dorpsstraat had vroeger een rug van 80 cm in de lengterichting (nu nog 70 cm). Al het water werd door de brede goten afgevoerd naar noord en zuid. De vier kolken waren bij Stravers en Van der Linde en bij Karreman en smederij Brewe.

's Zaterdags boende ieder gezin z'n eigen straat. Al vroeg begonnen zij die bij het hoogste punt - Sjaloom en kleine Kerkstraat - woonden met boenen en direkt daar achteraan de vier buren en zo tot onderaan toe. Die het laatste aan de beurt kwamen konden wel eens mopperen als anderen te laat waren en zij dus laat klaar zouden zijn!

Na de oorlog werd alles spoedig anders. Er kwamen veel meer auto's door het dorp. De Overbuurtseweg was er nog niet. Omdat de bakker, slager en kruidenier nog thuisbezorgden stonden er vrijwel geen auto's geparkeerd. Er was ruimte en geen trottoirs. Er werd geraced. Aan het eind van de middag, tijdens het spitsuur, vloog het verkeer in beide richtingen langs elkaar heen met snelheden van 30, 40 en 50 km/uur. Als je geluk had kon je na 10 minuten oversteken. Kinderen liepen nogal eens letsel op, sommigen ernstig en ook een dode.

De Dorpsstraat zag er inmiddels erbarmelijk uit. De bewoners zagen hun straatjes - vooral de IJsselsteentjes - in gruis rijden. Ze vervingen ze soms door betontegels, die ook weer in stukken braken. In 1930 was aan de oostzijde, onder het fietsstraatje, de waterleiding aangelegd. De geul werd nooit goed opgehaald. Altijd plassen en modder. Nog erger werd dat toen men aan de westzijde liet parkeren. het verkeer reed nu veel over die verzakte geul. De waterleiding werd lek, dan hier en dan daar. Altijd bij een verbinding. Men kwam dan van Pijnacker, op de fiets, de boel opgraven, klapte het loodwol aan en gooide het gat weer dicht met de modder die eruit gekomen was. Met een grote bult werd het dichtgestraat. Het verkeer zorgde voor het vastrijden. Een kuil ontstond. Op den duur lag er om de 5 meter een kuil. Het gedeelte van Sjaloom tot Dammes had er het meest van te lijden. Straatboenen was er allang niet meer bij. Het water - en de modder - liepen onvoldoende weg. Jarenlang zaten muren en ramen tot 3 meter hoogte met modderspatten.

Dit slagveld veranderde al spoedig nadat de Overbuurtseweg was geopend. De hele bestrating met alle particuliere straatjes en stoepen met hekken verdween. je eigen stoep met palen en straatsteentjes kreeg een ieder, die dat wilde terug. Maar over je vermeende eigen stukje grond had je niets meer te vertellen.

Een nieuwe straat werd gelegd met trottoirs en overal afvoerkolken, zelfs kolken op het hoogste punt bij Sjaloom en de kleine Kerkstraat. Die nieuwe straat, die zo schoon begon werd ook weer oud. Hij kreeg verschrikkelijk veel verkeer te verwerken. Gerekend naar dat grote verkeer bleef het aantal persoonlijke ongevallen zeer laag. Dit kwam vooral omdat er veel auto's op de straat geparkeerd werden. Men kon dan niet snel genoeg "uit de voeten".

Nu is er dan weer een nieuwe Dorpsstraat, met de status van "woonerf". Er is niets meer bij dat herinnert aan vroeger. Behalve dan de lantaarns, waarvan er vroeger ca. 5 stonden en nu ca. 36 stuks. Over één jaar kunnen we weten of deze straat veiliger is dan de oude. Dan zijn alle jaargetijden aan bod geweest, met mist, regen, schemering, gladheid, verblinding door lage zon, enz. Ik hoop het nog mee te maken. Ik ben van 1910.

 

Dit artikel werd in het najaar van 1982 geschreven door de heer Henk van den Berg, die woonde aan de Dorpsstraat 73 te Bleiswijk, kort na de opening van de Dorpsstraat na de herinrichting tot woonerf.

 

ovmb.nl gebruikt cookies om instellingen te onthouden. Wij gebruiken geen cookies ten behoeve van statistieken / tracking diensten. Lees ons privacy beleid.

Ik accepteer cookies voor deze website.

EU Cookie Directive Module Information